dinsdag 15 oktober 2019

Bezoek aan Amaga en Colombiaans eten



Telkens we een excursie geboekt hadden kregen we de avond ervoor een mailtje of whatsappje van onze gids van de volgende dag om uur af te spreken waarop we elkaar zouden treffen om op uitstap te vertrekken.  Voor onze uitstap van vandaag hoorden we niets…’t Was dus vanmorgen efkes spannend of onze gids/chauffeur zou opdagen, maar gelukkig was hij er op tijd.
We gaan vandaag naar het Colombiaanse platteland.  Het dorpje waar we naartoe gaan heet Amaga en ligt zo’n anderhalf uur rijden buiten Medellin.   Hier leven de mensen vooral van werken in de steenkoolmijn en van de teelt van Maïs.  Er is ook een heel grote fabriek van Nespresso, koffieteelt is hier ook heel belangrijk.  Waar koffieplantages zijn, zijn ook bananenplantages.  De bananenplanten dienen en voor schaduw aan de koffieplanten te geven en om inkomsten aan te vullen in de periodes tussen de koffieoogsten.  Koffie wordt 2 maal per jaar geoogst.
Hier zijn vele kleine koffieplantages, we zagen een man die net zijn oogst van 30 kg koffiebonen aan ’t drogen was, de verkoop hiervan is voor hem amper genoeg om te overleven.


Onze gids had de afslag naar het bergdorpje dat we gingen bezoeken gemist en we moesten omkeren en 20 minuten terugrijden, dan moest hij zelf nog eens de weg vragen want hij kwam hier ook maar één of twee keer per jaar….Over een smalle hobbelweg reden we de selva in.  Een weg die eigenlijk beter te paard bereden kon worden. 
Doel van deze uitstap was ook te leren wat maïs hier betekent in het dagelijks leven van de Colombiaan.  Daarom stopten we bij een artisanale arepa bakkerij.  Arepa’s zijn de basis van de Colombiaanse voeding, zoals brood bij ons.  Een arepa is gemaakt van maïs en enkel maïs, maar smaakt overal anders.  We hebben tot nu toe nog geen twee keer dezelfde arepa geproefd.  Soms zijn ze  plat, soms ongeveer één centimeter dik, soms zit er kaas tussen, kortom er zijn varianten…Ver weg en hoog in de bergen kwamen we bij een oude dame die dagelijks 800 arepa’s bakt, ze doet het nu wel op een iet of wat gemoderniseerde manier, maar ze toonde ons de traditionele manier.  Van het koken en het malen van de maïs tot het bakken van de arepa’s op een houtvuur.  Daarna mochten we arepa proeven samen met een kopje panela (dit is water met suikerriet)



Van hieruit gingen we te voet verder.  Vroeger liep hier een spoorlijn, deze is nu verdwenen, maar de spoorwegbedding is er nog en daar wandelden we over.  We liepen over een spoorwegviaduct, dat zo’n 50 meter boven de ravijn loopt.  We moesten netjes in het midden lopen waar er nog een strook van 20 cm is die in beton is, de rest van het viaduct bestaat uit min of meer redelijk vergaan hout…Enkele spoorwegtunnels moesten we door en vooral de laatste was eng, die was totaal donker en er mocht geen zaklamp gebruikt worden omdat hier veel vleermuizen zitten en deze ons wel eens zouden kunnen lastig vallen als ze plots wakker gemaakt zouden worden door licht. 



Het was een prachtige wandeling en we zagen verschillende kleurrijke vogels en vlinders.



Op het einde van onze wandeling bezochten we nog een dame die ons allerlei typische lekkernijen liet proeven.  Dulce de leche, een soort dessertje van melk gemaakt.  Mazammora, een soort “soep” van maïs die gegeten word met melk en panela (de suikerriet suiker).  Verder waren er bollen gevuld met banaan en kaas en aardappelbollen met gehakt, tomaat en kruiden.
Na terugkeer hebben we vandaag onze koffers weer klaargemaakt want morgen vliegen we naar Santa Marta, onze volgende stop van deze reis.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten