Telkens we een excursie geboekt hadden kregen we de avond
ervoor een mailtje of whatsappje van onze gids van de volgende dag om uur af te
spreken waarop we elkaar zouden treffen om op uitstap te vertrekken. Voor onze uitstap van vandaag hoorden we
niets…’t Was dus vanmorgen efkes spannend of onze gids/chauffeur zou opdagen,
maar gelukkig was hij er op tijd.
We gaan vandaag naar het Colombiaanse platteland. Het dorpje waar we naartoe gaan heet Amaga en
ligt zo’n anderhalf uur rijden buiten Medellin. Hier leven de mensen vooral van werken in de
steenkoolmijn en van de teelt van Maïs.
Er is ook een heel grote fabriek van Nespresso, koffieteelt is hier ook
heel belangrijk. Waar koffieplantages
zijn, zijn ook bananenplantages. De
bananenplanten dienen en voor schaduw aan de koffieplanten te geven en om
inkomsten aan te vullen in de periodes tussen de koffieoogsten. Koffie wordt 2 maal per jaar geoogst.
Hier zijn vele kleine koffieplantages, we zagen een man die
net zijn oogst van 30 kg koffiebonen aan ’t drogen was, de verkoop hiervan is
voor hem amper genoeg om te overleven.
Onze gids had de afslag naar het bergdorpje dat we gingen
bezoeken gemist en we moesten omkeren en 20 minuten terugrijden, dan moest hij
zelf nog eens de weg vragen want hij kwam hier ook maar één of twee keer per
jaar….Over een smalle hobbelweg reden we de selva in. Een weg die eigenlijk beter te paard bereden
kon worden.
Doel van deze uitstap was ook te leren wat maïs hier
betekent in het dagelijks leven van de Colombiaan. Daarom stopten we bij een artisanale arepa
bakkerij. Arepa’s zijn de basis van de
Colombiaanse voeding, zoals brood bij ons.
Een arepa is gemaakt van maïs en enkel maïs, maar smaakt overal anders. We hebben tot nu toe nog geen twee keer
dezelfde arepa geproefd. Soms zijn ze plat, soms ongeveer één centimeter dik, soms
zit er kaas tussen, kortom er zijn varianten…Ver weg en hoog in de bergen
kwamen we bij een oude dame die dagelijks 800 arepa’s bakt, ze doet het nu wel
op een iet of wat gemoderniseerde manier, maar ze toonde ons de traditionele
manier. Van het koken en het malen van
de maïs tot het bakken van de arepa’s op een houtvuur. Daarna mochten we arepa proeven samen met een
kopje panela (dit is water met suikerriet)
Van hieruit gingen we te voet verder. Vroeger liep hier een spoorlijn, deze is nu
verdwenen, maar de spoorwegbedding is er nog en daar wandelden we over. We liepen over een spoorwegviaduct, dat zo’n
50 meter boven de ravijn loopt. We
moesten netjes in het midden lopen waar er nog een strook van 20 cm is die in
beton is, de rest van het viaduct bestaat uit min of meer redelijk vergaan hout…Enkele
spoorwegtunnels moesten we door en vooral de laatste was eng, die was totaal
donker en er mocht geen zaklamp gebruikt worden omdat hier veel vleermuizen
zitten en deze ons wel eens zouden kunnen lastig vallen als ze plots wakker
gemaakt zouden worden door licht.
Het
was een prachtige wandeling en we zagen verschillende kleurrijke vogels en
vlinders.
Op het einde van onze wandeling bezochten we nog een dame
die ons allerlei typische lekkernijen liet proeven. Dulce de leche, een soort dessertje van melk
gemaakt. Mazammora, een soort “soep” van
maïs die gegeten word met melk en panela (de suikerriet suiker). Verder waren er bollen gevuld met banaan en
kaas en aardappelbollen met gehakt, tomaat en kruiden.
Na terugkeer hebben we vandaag onze koffers weer
klaargemaakt want morgen vliegen we naar Santa Marta, onze volgende stop van
deze reis.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten